Hier
ben ik weer. Tijd om jullie nog eens wat te vertellen mijn collieleventje.
Ik
kan jullie alvast vertellen dat ik een behoorlijk zwaar programma heb met die
twee sukkels.
Dat
begint al in de ochtend. Dan liggen die twee nog te slapen boven en ben ik van
wacht om het fort te bewaken.
Wel
dat is tegenwoordig een dingetje, aangezien het ik mijn taak erg serieus neem. Bij verstoring van de
rust meld ik mij. Ik geef dan met een uitgebreid loeiconcert. Dat is een
bijzondere vertoning, in gang gezet door een paar hoge piepjes, leidend naar
een crescendo van loepzuiver wolvengezang en afdalend naar diepe ondertonen.
Het is indrukwekkend, al zeg ik het zelf.
Dit
doe ik uiteraard zeer nauwgezet bij de afvalwagen die langskomt, een buur in de
verre omgeving die een grasmaaier bovenhaalt, een auto die afremt aan de
grenzen van mijn koninkrijk, een bromfietser met wat teveel pk,…Je bedenkt het
maar en ik heb het gehoord en rapporteer.
Nu
zullen jullie denken dat ik niet alleen kan zijn, maar dat is het helemaal
niet. Als ik alleen ben of als ik in garage of (achter)keuken lig te slapen
geef ik geen kik. Enkel in de woonkamer ben ik in functie, als de sukkels in
huis zijn. Eenvoudig toch, geen publiek geen vertoning.
Toegegeven het is een bonus om dan zo’n slaapkop de trap te zien afstrompelen in mijn richting “wat is er ventje, heb je weer iets gehoord of moet je pipi doen? Kom maar!” en de deur richting vrijheid en blijheid zwaait open. Er gaat niks boven een vrolijk rondje in de tuin bij het ochtendgloren.
Dan is de dag ook meteen goed op gang getrokken en kunnen we over naar het volgende hoofdstuk. Als ik fris en vrolijk door de tuin huppel, is het tijd om de vier zijdehoender dames uit hun nachthokken te laten. Elke avond na zonsondergang ga ik samen met de mannelijke sukkel op pad om Madame Praline, Tante Agnes, Suzanne en Yolande veilig in hun nachthok te installeren. Daar komt nog een extra beveiliging bij, aangezien hier vossen, marters, roofvogels en meer van die jagers zitten.
Het
vrijlaten van de kakelende dametjes is een evenement waar ik altijd bijzonder
vrolijk van word en dat ik begeleid met een uitbundig concert van up tempo
blafjes.
De
mannelijke sukkel dient het buffet op in de ren en dan moet hij een beetje
opschieten. Ik ben er ook nog en mijn collectie balletjes ligt te blinken in
het gras. Ik maak dat vocaal snel duidelijk.
Nu
durft die sukkel het aan om tijdens dit heilige ochtendritueel te verdwijnen
naar binnen richting koffiemachine of kleinste kamertje. Wel dat kan ik niet
appreciëren. Maar ik zou Goudlokje niet zijn, als ik daar niks op had gevonden.
Ik ga buiten in de tuin vlak onder het raam van de vrouwelijke sukkel liggen en
begin te piepen op de meest zielige toon die ik in me heb. Dat mist nooit doel.
Onmiddellijk verschijnt daar een hoofd door het raam “Maar Yanneke toch,
heeft baasje jou weer in de steek gelaten” Waarna ze uiteraard meteen
informeert waar hij zit en hoe het komt dat ik aan mijn lot ben overgelaten.
Missie geslaagd!
Na de kippige dames is het tijd voor mijnheer konijn. Piet konijn, eerder bekend als Serafientje en nu ook wel (na zijn onverwachte coming out bij de dierenarts) Serafonske genoemd krijgt zijn natje en droogje en een propere bak voor zijn keutels. Terwijl dit proces gaande is, wissel ik knuffels en kusjes uit met mijnheer langoor en ren ik de tuin in met allerlei rondslingerende spullen. Zo krijgen die sukkels meteen de nodige beweging (kom op Mateke, geef dat vegertje nu terug, baasje heeft dat nodig” en sta ik meteen weer in de belangstelling. Ze kunnen hun spullen terugkrijgen, maar niet zonder een spelletje pak-me-dan-als-je-kan.
Ik sta bekend als een geweldige hulp bij huis- en
tuinkarweien, dat spreekt voor zich.
Nu
wordt dat hele proces niet zelden onderbroken door een bezoeker die zich met
een luide bel aan de tuinpoort aankondigt. Sinds er een keertje iemand het erf
betrad, door de pieken waarmee de tuinpoort in de grond verankerd zit, bruutweg
los te trekken, is de poort extra beveiligd en op slot.
Dat betekent uiteraard dat de sukkel met de sleutel naar buiten moet om de poort te openen. Maar die sleutel dragen, dat is mijn taak. Ik ren dus met dat blauwe zakje met sleutels richting tuinpoort en maak daarbij de nodige vreugdesprongetjes. Als hij het ding wil overnemen, ren ik nog een rondje extra rond zijn benen, hoeden zit ons natuurlijk in het bloed. Dit leidt tot hilarische taferelen, want blijkbaar hebben pakjesbezorgers altijd haast. De voelbare stress en stijgende opwinding maken het spelletje extra aantrekkelijk. Tot zij zich weer moeit en ik binnen geroepen wordt, tegen betaling van een klinkend sigaartje. Op zich een win-win toch?!
Jullie
merken het, ik ben de spil van hun bestaan. Bij alles hebben ze mijn gezelschap
en assistentie nodig.
Bij
het verlaten van het huis dient de garagepoort te worden afgesloten en op slot
gedaan. Ik controleer met veel plezier of dat ding slotvast zit, daar dient een
deurklink toch voor. En dan krijg je nog gezeur in plaats van dankbaarheid ook
want “het is nogal een gedoe om hier buiten te geraken”. Nou ja, vertel
mij wat!
Nog
zo’n missie is het zorgen dat hij , na het doen van boodschappen meteen uit
zijn auto en met de aangekochte goederen in het huis verschijnt. Jullie geloven
het niet, maar hij durft het aan om in zijn auto te blijven zitten, als hij bij
het oprijden van het erf, plots een “goed nummer” door zijn autoboxen hoort
knallen. Hij rijdt, als ik er niet bij ben, steevast rond met luide knallende
boenkmuziek, hij noemt dat hardrock of zoiets. Of hij zit in zijn auto met dat
telefoontje gesprekken te voeren.
Wel ik heb er natuurlijk weer wat op gevonden. Aangezien ik hem al van kilometers ver hoor aankomen, ga ik hem netjes staan opwachten aan het raam. Van zodra hij mij ziet, stapt hij natuurlijk onmiddellijk uit zijn auto om mij uitvoerig te begroeten. De balkonscene noemen ze het hier. Zij moet dan het raam open doen, zodat ik een kusje kan geven en kan controleren of hij het wel echt is, waarna ik linea recta richting garagedeur loop om hem nog een keertje uitvoerig te verwelkomen buiten. Een balletje is dan snel gesjot en terwijl begin ik al met de controle van de zakken en dozen die uit de koffer komen.
Af en toe neem ik zo’n zak wel
eens ter snuit, om de zaken wat te bespoedigen. Je moet ze in beweging houden
die sukkels.
Hebben
jullie ook zoveel werk met jullie sukkels collega’s? En dan durven ze vertellen
dat ik veel aandacht nodig heb. Ze begrijpen er weer eens geen donder van.
Zonder mij zijn ze ruim en dik de sigaar!
















zwaar werk hoor …..het opvoeden van die sukkels
BeantwoordenVerwijderenGoed bezig. 😜😘
BeantwoordenVerwijderenZe zijn maar wat blij met jou... Ga zo door..... 😉
BeantwoordenVerwijderenIk kijk er telkens naar uit ,om zijn dagboek te lezen en dan al zijn handelingen te vergelijken met die van Ruby. Vast en zeker familie van mekaar denk ik dan. Bedankt ‘sukkel’ voor de verhalen
BeantwoordenVerwijderenMooi verhaal ,en echt grappig ook was onze Collie ,hier nu ook maar ,maar spijtig genoeg al heel lang overleden ,ik kan het niet loslaten ,en heb nog dagelijks verdriet voor onze lassie ,veel geluk nog met jullie Collie ,grtj
BeantwoordenVerwijderenHa ha ha ha, heerlijke Collie 😍
BeantwoordenVerwijderenLieve sukkel, wat heb je weer een leuk verhaal geschreven. De kuren van jullie “goudlokje” klinken zeer bekend in de oren. Het is een apart ras, onze collietjes :)
BeantwoordenVerwijderen